Dag 8: Trinidad - Camaguey

Vandaag vertrekken we naar Camaguey. We nemen hartelijk afscheid van Isanbel en Roberto.

Buiten Trinidad konden even uitstappen om de suikervallei te fotograferen. Hier lagen de grote suikerrietplantages waar door slaven het suikerriet werd verbouwd.

Een van de grootste suikerbaronnen in de vallei heeft midden in het dorp Manaca Iznaga een toren laten bouwen. Deze toren was niet alleen bedoeld om de anderen te imponeren, maar ook om de slaven die rondom het dorp op de suikerrietplantages werken in de buurt in de gaten te kunnen houden. Hoogstwaarschijnlijk had het op die arme slaven ook een psychologisch effect: Het kan zijn dat je vanaf de toren in de gaten gehouden wordt dus je weet nooit of je gestraft wordt als je even zit te rusten.

We rijden verder door de eindeloze suikerriet velden.

We houden halt in het stadje Jatibonico waar we (van de buitenkant) een suikerfabriek kunnen fotograferen.

De suikerfabriek is een normaal bedrijf dus het is geen wonder dat je als toeristen geen toegang tot het terrein hebt. Rechts op de foto komt het suikerriet aan en wordt onder het dak afgeladen. In de hal links daarnaast wordt het riet verder verwerkt tot uiteindelijk aan de linkerzijde van de fabriek worden de balen suiker op de vrachtwagens geladen.

Je ziet wel auto's in Jatibonico, maar de meesten staan stil.

Zelfs de gele taxi's zie je niet rijden.

DIT is het aangewezen vervoersmiddel als je de wat langere afstanden wil afleggen.


In het stadje is het voornaamste vervoersmiddel de benenwagen, paard en wagen of de fiets. Als je zelf geen vervoer hebt pak je een van de vele één-pk taxi's.

Zelfs de banketbakker brengt zijn gebak met de fiets rond.

Soms moet je met de middelen werken die je tot je beschikking hebt. Ziehier een van hout geknutseld kinderzitje op een mountainbike-achtige fiets.

Mabel liet een papier rondgaan met de lyrics van het lied Guantanamera, en een tekst over de revolutie.

De lunch was eenvoudig doch voedzaam. Broodje ham, kaas, ham/kaas of porc. We waren gelukkig de eerste bus en konden dus een plaatsje krijgen. Na ons kwamen nog drie bussen aanrijden met hongerige gasten. Op een van de houten balken van het dak zat een Anolis. (Als ik het goed heb is dit een Roodkeelanolis.)

Er was een pick-up truck die blijkbaar panne had. Als de chauffeur gas gaf ging één wiel als een dolle spinnen en stof opwerpen terwijl de andere drie stil bleven staan. Eind van het liedje was dat de pick-up afgesleept werd door een vrachtwagen.

De weg naar Camaguey was slecht en hobbelig. Onze bus kreeg er flink van langs en onze chauffeur Jos moest goed opletten om de bus in het goede spoor te houden.
Chapeau voor de Chinese fabrikant van onze bus. Ondanks dat Jos met tachtig tot honderd kilometer per uur over deze weg daverde ontstonden er geen extra piepjes en rammeltjes.

In Camaguey stappen we over in fiets-taxi’s voor een rondrit door de stad.

Bij het plaza San Juan de Dios stappen we uit om de de bezienswaardigen te bekijken.

Padre José Olallo Valdés werd de "Poor People's Priest" genoemd, hoewel hij zelf altijd geweigerd heeft om priester te worden.
Olallo diende zijn hele leven als verpleger en wijdde zich aan de zorg voor zieken en armen en was een centrale figuur in het ziekenhuis waar hij werkte.

We kijken nog even in het restaurant aan de plaza, want het is de bedoeling dat we hier met z'n allen gaan eten.

En verder gaat het weer met de fiets-taxi's door het oude centrum.

Onze volgende stop is Plaza del Carmen. Op dit plein bezoeken we een galerie, en op het plein staan een aantal leuke beeldengroepen.

In Cuba gebruikt men veel electrische scooters vanwege de moeilijk te verkrijgen benzine.
In de straat aan de plaza del Carmen staat er een te laden. Vraag is nu wel waarom er een namaak-uitlaatje aan zit.

De galerie had wel wat leuke tekeningen hangen, maar de meesten waren niet onze smaak. (Geen foto's want dat mag niet.)

De potten-verkoper.

Drie roddelende dames. Op de rugleuning van de stoel staat: Als u een wens doet, wordt deze ingewilligd.

En we gaan weer verder naar het Ignacio Agramonte Park.

We zijn het plein rondgelopen en hebben het beeld bekeken. De kerk geloofde iedereen wel, geloof ik...

Wat kletsen, en we zoeken onze fiets-taxi weer op.

We worden door de fiets-taxi's afgezet op het plaza de los Trabajadores.

We lopen gezamelijk naar de Plaza Del Gallo, waar chauffeur Jos met de bus wacht.

We pakken onze handbagage uit de bus en lopen naar het hotel. Daar checken we in en ontvangen we onze kamersleutel.
Onze koffers worden door het hotelpersoneel van de bus naar de lobby van het hotel gebracht, en nadat het kamernummer met krijt op onze koffers is gezet brengen ze deze naar onze kamer.

Alle kamers liggen aan de binnenplaats.

De kamer is krap bemeten, maar voldoende.

De meesten van de groep gaan dineren in het restaurant dat we vanmiddag aan het plaza San Juan de Dios hebben gezien. Omdat het nog wel een flink stuk lopen zou zijn kiezen we er voor om in het hotel te gaan eten. Het restaurant in het hotel was niet echt top. Steenkoud door een tweetal grote lawaaiige airco's en ongeïnteresseerd personeel. De pizza's die we na lang wachten kregen hadden blijkbaar al een tijdje op de take gestaan want die waren vrijwel koud. En dit was de eerste keer dat we een zoete (!) tonijnpizza hadden gegeten. Affijn, het vult de maag.

Na deze toch wel wat mislukte maaltijd maar eens een drankje in de bar nemen.

Vanwege de lawaaiige airco in de bar (alweer!) zijn we met onze drankjes naar de zitjes gegaan op het binnenplaatsje.
Daar hebben we lekker zitten lezen en het reisverslag bijwerken totdat het tijd was om het bed in te gaan. We hebben weer een prachtige dag gehad en veel gezien.